Hieronder kun
je een paar verhalen lezen van cursisten die de cursus:
“Schrijven vanuit je hart” hebben gevolgd of mee zijn
geweest op een creatieve schrijfvakantie. Sommige cursisten willen hun verhalen graag met
jullie delen.
Veel
Leesplezier!
Opdracht:
We krijgen allemaal
een tas in alle soorten en maten, ieder met een andere
inhoud.
Naar aanleiding van de inhoud moeten wij de persoon
beschrijven die bij de tas past.
‘Echtleer’
geschreven door:
Hannie Vierling
Ineens wordt ze uit haar benarde positie onder uit de diepe
donkere kelderkast getrokken, waar ze in haar beleving al
eeuwen vertoefde tussen wat oninteressante en minderwaardige
spullen. Ze was zomaar op een dag daarin terecht gekomen en
had het nooit begrepen. Eerst had ze nog gedacht: ’Heerlijk,
eindelijk wordt mij wat rust gegund en krijg ik een paar
weken vakantie’. Dat was wel vaker gebeurd dan kwam ze
meestal in de vestibule achter de paraplubak terecht. Dat
had wel wat, met de paraplu’s en mijnheer de bergwandelstok,
daar kon ze wel wat mee. Je kon er in iedere geval een
behoorlijk gesprek mee voeren, het waren toch min of meer
collega’s van haar. Maar wat er voor zootje ongeregeld onder
in die kelderkast lag was op zijn zachtst gezegd
traumatisch. Daar wilde ze niet meer aan denken.
Gelukkig had haar
oude bazin haar nog even schoon en stofvrij gemaakt. Haar
nieuwe standplaats bleek een felgroen plastic kratje te
zijn, waar ze tot haar verbazing meerdere soortgenoten
aantrof, in alle soorten en maten. Er ontstond al gauw een
kakofonie van stemmen en geluiden.
Er waren kleine en grote exemplaren, van ordinair plastic of
nylon, van kunstleer en zelfs van stof. Hoe minderwaardig
kan zo’n tas zijn?
Ook waren er een paar zoals zijzelf, van echt leer. Maar ja,
de ene was zo klein dat je er amper een fatsoenlijke zakdoek
in kon proppen, de ander zo groot en log dat je hem eerder
aan een mijnwerker zou meegeven en stinken dat hij deed.
Gelukkig was ze daar niet naast terecht gekomen. Hoe dan
ook, er was weer daglicht en dat deed haar goed.
Al gauw ontstonden hun persoonlijke verhalen. Gelukkig had
ze meteen weer overwicht, zoiets verleer je niet. De bonte
verzameling luisterde met open ritssluitingen naar wat ze te
vertellen had.
Mijn naam, begon ze, is ‘Echtleer’, dat gaf haar al direct
een zekere status. Haar leven was druk en enerverend
geweest. Met haar directiesecretaresse van één van de K.L.M.
directeuren had zij over de hele wereld gereisd. Veel
gevlogen, op menig seat naast haar bazin, die overigens
Antoinette heette. Veel rust had ze daarbij niet gekregen.
Onvoorstelbaar hoe vaak ze geopend werd tijdens zo’n vlucht.
De ene keer voor een pepermuntje, een andere keer voor een
pen, boekje, bril of werkoverzicht, ga zo maar door.
Echtleer vond dat echter geen enkel bezwaar, integendeel, ze
had haar werk, het dragen en opbergen van de spullen van
Antoinette altijd met veel genoegen gedaan. Ze had een
dienstbare natuur en kon veel verdragen.
Nu staat Echtleer voor mij op een zonnig tafeltje op het
terras van ‘De Herberg Onland’ in Gaanderen. Ik heb haar
meegenomen voor een uitje. Echtleer voelt zich herboren en
helemaal in haar element. Ik knipoog maar even bemoedigend
naar haar. Het zonlicht laat haar donker bruine kleur
prachtig zien. Ze glimt van trots.
Mijn opdracht is: zoek een terrasbezoekster waar deze echt
lederen tas goed bij past en probeer een interview met haar
te krijgen. Het geluk is met ons. Ik zie haar meteen en kijk
nieuwsgierig naar haar tas die nonchalant op de stoel naast
haar ligt.
Een gelijkwaardig exemplaar, een eerlijke stoere tas geheel
van donkerbruin leer.
De eigenaresse van de tas ziet er charmant en degelijk uit,
opgewassen tegen wat het leven brengt. Ze heeft vast en
zeker een baan met een grote verantwoordelijkheid, misschien
ook als directiesecretaresse? In haar ruime leren tas sleept
ze van alles mee, want je weet maar nooit wat een dag je
brengen zal. Je moet op alles voorbereid zijn.
Graag had ik deze dame aangesproken en om een interview
gevraagd. Ze zit met haar vriendin te praten met een
heerlijke ijscoupe voor zich, zoiets ga je niet verstoren.
Met deze beslissing is Echtleer het helemaal eens. ’Och,
weet u, mevrouw, deze mensen hebben het al zo vreselijk druk
en weinig tijd voor ontspanning en een ijsje’. Ze spreekt
uit ervaring.
Rest mij nu, om mij tot Echtleer te richten voor een
interview over haar inhoud. Ik ben benieuwd wat ze zoal met
zich meedroeg.
‘Ach’, zucht Echtleer, ‘het waren zulke mooie jaren, altijd
bevond ik me in de nabijheid van mijn werkgeefster
Antoinette. Bij iedere vergadering lag ik aan haar voeten.
Tijdens iedere autorit lag ik op de passagiersstoel naast de
chauffeur en menigmaal bracht ik de nacht door in haar
lits-jumeaux, vooral als er de volgende morgen extra vroeg
opgestaan moest worden, omdat er een zakenreis in het
buitenland gepland stond.
Voordat het licht uit ging inspecteerde zij mij dan
zorgvuldig, paspoort, tickets, haar leesbril en agenda waren
het aller belangrijkste. Werd er iets vergeten bijvoorbeeld
haar lippenstift of tandenborstel dan liet ik dat wel op de
een of andere manier weten, ook daar was ik héél bedreven in
geworden. We vormden in die dagen een eenheid, tweezielen
één gedachte.
Een van de dingen die bij mij nooit ontbraken waren de
kammetjes en haarklemmen, de bandjes en andere frutsels om
het haar mee te versieren. Antoinette had namelijk een haar
tic. Op de meest onverwachte momenten wilde ze haar kapsel
een andere coupe geven. De variatie die zij daar zelf in
aanbracht, was fenomenaal te noemen.
Opgestoken, half- of helemaal omhoog, een knot in haar nek,
dan weer geheel los als een gipsy, vaak werden er nog paarse
plukjes of haarstukjes doorheen gevlochten. ‘Zeer apart’! Ik
sjouwde deze spulletjes altijd voor haar mee.
Het mooiste waren de lange vakanties naar verre exotische
landen. Wat hadden we genoten van de tocht door India
Zo waren we enkele dagen in Auroville geweest waar Sri
Aurobindo en De Moeder een prachtig spiritueel oord hadden
gesticht met een geweldige tempel, die door de bewoners van
Auroville , die overigens bestonden uit alle nationaliteiten
van de wereld, zelf was gebouwd. Iedereen had er aan
meegewerkt jong en oud. Antoinette had daar heerlijke zelf
gemaakte wierook en reukzakjes gekocht. Weken, ja zelfs
maanden hadden ze deel uit gemaakt van mijn inhoud. Haar
familie, vrienden en collega’s thuis hadden allemaal iets
van deze geurige producten cadeau gekregen. Ik, Echtleer,
draag deze heerlijke geuren nog steeds met mij mee.
Terug in het felgroene kratje, roken de andere krattassen de
geuren. Alle tassen snoven even diep, beaamden dat de geuren
van jasmijngoud, lotusgoud, en sandelhoutgoud, van Moeders
gouden geuren, hun neuzen streelden. Alleen de onbehouwen
mijnwerkerstas rook niets , die stonk zelf een uur in de
wind. Daar waren de subtiele geuren uit India niet tegen
opgewassen.
Echtleer begon te glanzen van trots, dit hele bonte
gezelschap tassen luisterde ademloos en keek haar vol
bewondering aan.
Echtleer zou in de komende tijd nog veel meer verhalen en
avonturen aan haar eenvoudige soortgenoten gaan vertellen.
'De handtas'
geschreven door:
Loes Kouwenhoven
Voor mij staat een
bruine dameshandtas van het merk Daniël Ray. Zowel voor
schouder als in de hand te gebruiken. Dat lijkt mij typisch
iets voor een praktische vrouw. Is hij van leer, het lijkt
er wel op. Openmaken gaat in eerste instantie moeilijk.
Onder de gespen blijken verborgen klippen te zitten die dan
weer gemakkelijk openspringen.
Het is een tas waar
flink wat in kan. Als ik hem openmaak komt de geur van de
jaren zestig mij tegemoet. Veel vakken waar iets in
verborgen zit. De eigenaresse lijkt me wat rommelig.
Onvoorstelbaar wat
ik allemaal tegenkom:
Een
Enkhuizer Almanak 2004, naaispullen, een flesje
bergamotolie, een leren halstasje, fotolijstje, briefje aan
haar vriendin Barbara, bruine Helanca stopwol, een
portemonneetje uit India, verfrisdoekje, een opvouwbaar
kledingborsteltje, een rolletje sellotape, een blokje
nummertjes, muziek van Ramses Shaffy, een grote dobbelsteen,
zakdoekjes, een pillendoosje, 2 nieuwe gele kleurpotloden en
een groene, een pen maar niets om op te schrijven en een
mooie steen.
Mijn hemel, waarom
bewaart ze dit alles in haar handtas?
Ineke is een slanke
al wat oudere vrouw, een beetje hip type. Midden in een
natuurgebied staat het boerderijtje waar ze samen met haar
twee katten is neergestreken. Ze houdt van stilte en de rust
van het buiten wonen. Samenwonen met een man past niet meer
in haar leven, ze wil vrij zijn om te gaan en staan waar ze
wil. Ze is lange tijd getrouwd geweest met een ondernemer.
Altijd draaide ze voor het huishouden op en was ze
dienstbaar want de zaak ging voor. Haar man zag ze weinig,
hij was altijd aan het werk. Maar op een dag had ze er
genoeg van om alsmaar zijn spullen en vuile sokken op te
ruimen. En koos ze voor een eigen leven. Ze begon een
winkeltje in tweedehands kleding en tassen. Dat liep al gauw
als een trein zodat ze in haar eigen onderhoud kon voorzien.
Af en toe ontwikkelde zich nog wel eens een spannende
relatie maar samenwonen, nee, geen denken aan.
Praktisch als ze is
heeft ze standaard in haar tas een opvouwbare kledingborstel
bij zich. Zodat ze onder alle omstandigheden haar kleding
van kattenharen kan ontdoen. Ze vindt het belangrijk om er
goed uit te zien.
Ze is wild van
India waar ze sinds de jaren zestig om de paar jaar naar toe
vliegt. Ooit heeft ze daar via voedsel darmproblemen
opgelopen, de bergamotolie was toen een uitkomst. Drie maal
daags drie druppels in een glas kruidenthee, snel was ze van
de krampen af.
Ook is ze dol op
wandelen. In de bergen trekt ze er ’s zomers er op uit met
een groep. Van hut naar hut, meestal in Zwitserland. In haar
halstasje draagt ze een fotootje van haar ouders uit de
jaren veertig bij zich. Sportieve ouders, vader in een
plusfour met een colbertje en haar moeder kijkt met een
ondeugende blik van onder een petje in de camera. Allebei
staan ze op schaatsen met hoge schoenen.
Graag wilde ze
naast haar werk iets voor haar medemens betekenen. Ze meldde
zich aan als vrijwilligster bij het buurthuis en organiseert
regelmatig bingomiddagen voor ouderen uit de buurt.
Een ondernemende
vrouw met genoeg ruimte in haar tas om wat mee te nemen. En
met haar Helanca stopwol, opvouwbare kleerborstel met
spiegeltje en naaigaren mee, voelt ze zich helemaal zeker
van zichzelf.

'Tussen
droom en daad'
geschreven door: Jikke
Van zo iemand verwacht
ik eigenlijk dat ze kruidenthee drinkt… Verwonderd houd ik
het 1-persoonszakje aardbeienthee tussen mijn vingers. Dit
tasje zendt strijdige signalen uit! Ik tel bijvoorbeeld wel
elf voorwerpen waar een mystiek luchtje aan zit, in een paar
gevallen opdringerig letterlijk; pffff. Etherische olie,
wierook. Maar daarnaast stal ik zonder probleem een dozijn
praktische handtasvullers uit. Al deze spulletjes komen uit
een eenvoudig, sportief schoudertasje van het merk Pro-X.
Opgeteld slaat de balans dus door naar een nuchtere vrouw…
Ze
lijkt me een hamsteraar; iemand die moeilijk afscheid kan
nemen. Waarom anders rondlopen met verschillende ‘etnische’
portemonneetjes die de uiterste houdbaarheidsdatum
overduidelijk al lang overschreden hebben? Deze mevrouw kan
slecht loslaten. Ze wil zelfs haar dromen mee de dag in
nemen, leid ik af uit een knipsel. Daar staat
‘droompraktijk’ op. Grappig, dit woord lijkt me een
omschrijving van haar persoonlijkheid. Zij is een zweverig
figuur met dadendrang. Iets concreets neerzetten wil ze
graag. De paperclip en het onbeschreven
te-koop-aangebodenkaartje van de C1000 wakkeren dit
vermoeden aan. Toch vraag ik me af of die praktijk
werkelijk van de grond gaat komen.
Al die memento’s die de
dame met zich meedraagt! Lessen over stilte waar ze zichzelf
blijkbaar aan wil herinneren, gecombineerd met een handvol
geluksstenen en –schelpen…Ik twijfel aan de aardse
scheppingskracht van Madame Mystique.
Daar staat tegenover dat
ik zelden zo’n prozaïsch boodschappenlijstje gezien heb. Met
krachtige letters noteerde ze: koffie, deodorant en boter.
Dat laatste onderstreept! Mijn twijfels verdwijnen als
sneeuw voor de zon. Boter. Onderstreept! Ik smelt en weet:
zij is het. Mijn droomvrouw!

'De paarse tas'.
Geschreven door:
Grietje
De paarse kleur sprak haar direct aan. Eigenlijk
hield ze zich altijd in met het kopen van een tas.
Zwart en bruin pasten overal bij en zomers een witte
dan was het goed. Maar vorig jaar begon het te
veranderen, een mengeling van kleuren onder de
tassen. Ze werd er helemaal door gegrepen! Ook het
materiaal sprak haar aan, polyester/nylon. Eerst
vanwege de prijs, dan kon ze ook nog een rode en
een blauwe kopen. Ze werd er helemaal hebberig
van. Praktisch was de tas ook, er kon veel in en werd
hij viezig: hup in een wasnet en in de machine, dat
deed je niet met een dure leren tas.
Dat praktische nonchalante lag haar wel. Ze had
zich lang genoeg in een bepaald keurslijf laten
duwen. Nu durfde ze op te vallen en toch zichzelf te
blijven. Dit dankte ze aan de cursus die ze bij
Barbara had gevolgd.
Van haar had ze zo’n leuk indianenkoordje
gekregen en een kleurige boekenlegger. Er was veel
paars in verwerkt en daarom ging dit attribuut
altijd mee in deze tas. Ja, ze had oog voor detail.
Vaak stak de boekenlegger uit een meegenomen
boek, want ze reisde veel met de trein. En pennen,
een hele rits, want puzzelen en dingetjes opschrijven
onderweg deed ze graag. En de pen zal het maar niet
doen! Het liefst één in de kleur van de tas. Oog voor
detail, dat heb je of dat heb je niet. Voor haar erg
belangrijk.
Vorige week kreeg ze bij de supermarkt een
portemonneetje cadeau, in de vorm van een
voetbalshirt, oranje! Ze zou hem aan haar kleinzoon
geven, want in deze paarse tas vond ze hem ronduit
storend. Overmorgen zou ze gaan. Via Amsterdam
want ze wilde nog even weer over het Waterlooplein.
Daar had ze laatst zo’n leuke ketting op de kop
getikt. Rommelmarkt was er geweest, misschien was
er nu wel iets wat bij die ketting paste. Eigenlijk was
ketting niet het juiste woord. Halssieraad was beter:
zilverkleurig, V–vormig helemaal vol met bedeltjes
en muntjes. Hij bedekte heel mooi de rimpeltjes
die in haar hals en decolleté steeds talrijker werden.
Prachtig vond ze het sieraad en die prijs! 50
eurocent, maar dat vertelde ze niemand!
Ook niet dat ze bijna nooit ergens iets ging eten. Ze
kocht wel in de supermarkt iets en er was altijd wel
een bankje waar ze op kon zitten, want bestek en een
servet had ze altijd bij zich. Behalve een kopje koffie,
dat dronk ze trouw bij bakker Bart. Ze vond nog
zo’n roerstokje in haar tas. Niet wegdoen want je
weet maar nooit waar het van pas kan komen. In
iedere tas een stokkie, was haar devies. Net als
make-up en zakdoekjes, die liet ze in elke tas zitten.
Ze voelde zich nu helemaal in haar sas, met haar
paarse tas.
Inhoud paarse tas:
Kleurig koordje en boekenlegger
Trein en buskaartjes
5 pennen
Oranje portemonneetje
Zilverkleurige ketting
Plastic bestek + servet in hoesje
Roerstokje
Make-up spulletjes
Zakdoekjes
Nog een paar kassabonnetjes ( niet benoemd)
Naar aanleiding van een schrijfopdracht
van Barbara Driessen tijdens de Vlieland schrijfvakantie:
'Mijn kledingkast'.
Geschreven door: Hannie Vierling
Dit
onderwerp ligt nogal gevoelig voor mij en ik heb dan ook de
neiging er met een grote boog omheen te lopen. Laat staan
dat ik de moed heb om mij daar eens in te verdiepen. Maar
het gaat nu toch echt gebeuren, sterker nog, ik ga mezelf
goed op de vingers tikken. Het moet maar eens afgelopen
zijn. Er moet een drastische ommekeer komen in de verhouding
en de omgang met mijn garderobe. Ook alle zelfgemaakte
excuses dienen te verdwijnen.
Open die
schuifdeuren en kijk, kijk goed! Wat ik dan zie is een tjok,
tjokvolle kledingkast met roeden die zich diep buigen onder
de zware last die ze moeten torsen. Alle kleuren van de
regenboog vermengen zich schots en scheef als een chaotisch
schouwspel. Ze laten lange en korte mouwen, dikke en dunne
stoffen, bonte en effen
stukken zien. Als ik even heel eerlijk ben: het is een ware
troep! Wat nog het ergste is en waarbij het schaamrood mij
naar mijn wangen stijgt, is dat ik al deze kleding praktisch
niet draag, het blijft daar maar hangen tot het een ons
weegt. Maar ‘mijn kleding’ zal er echt geen grammetje minder
van gaan wegen! Het blijft wat het is, jaar in jaar uit, het
komt niet aan en valt niet af, verblikt of verbloost niet,
het is wat je noemt: ‘kleur vast’. Nou ja, kleurvast? Met
het verloop der jaren, hangend in mijn kast, kan er op de
schouderpartij wel eens een geelbruine streep ontstaan. Daar
geven we voor het gemak maar gauw de klerenhanger de schuld
van. Dat is dan de hangplek van mijn kleding. Soms, héél
soms komt zo’n kledingstuk met beurse plek in de zak
terecht, wel te verstaan in de zak van Max of in de zak van
Polen. Daar houd ik dan een héél tevreden gevoel aan over,
Zo van: ,,nou geweldig gedaan, hoor”! Daar kan een of andere
arme sloeber nog veel plezier aan beleven. En wat ruimt dat
op in mijn kast! Dat was een uitstekende actie van mezelf.
Kortom, als ik goed kijk en mijn zintuigen gebruik, kom ik
tot de conclusie dat sommige stukken ook niet al te fris
meer ruiken. Als ik mijn
neus er in steek, dan is het niet de geur van appelbloesem
of lavendel, wat ik met mijn ogen dicht en vol verwachting
opsnuif, maar helaas prikkelt een muffig luchtje daarbij
mijn neusvleugels. Kortom,
mijn kledingkast is een klerenzooitje.
Op dit
moment is het mijn zomer collectie die mijn kast doet
uitpuilen. Het is al september, herfst en ik moet opschieten
als ik er verbetering in aan wil brengen en dat wil ik,
want over enkele weken dient de winter garderobe zich
al aan. Die gaat dan weer van liggen, lekker dicht bij
elkaar, naar de positie van hangen, ook weer lekker dicht
bij elkaar. Alleen deze laatste staat van zijn, heeft een
wat minder rustig bestaan: ze wordt regelmatig ruw opzij
geschoven en vliegt dan als botsautootjes tegen elkaar aan,
een zeer pijnlijk en verwoestend proces. Af en toe glijdt er
een kledingstuk van zijn toebedachte hanger af en komt dan
met een plof tussen een berg schoenen terecht, ook geen
pretje want het ruikt daar niet al te fris. Het gebeurt
zelfs wel, dat deze afglijder niet eens wordt opgemerkt en
dan ligt zo’n arm kledingstuk soms weken tussen de
schoenenberg. Hoe het dan voor de dag komt laat zich raden.
Tot overmaat van ramp krijgt het verfomfaaide kledingstuk
nog een afkeurende blik en opgetrokken neus met de
opmerking: ,,Wat zie jij er uit, ik weet echt niet wat ik
met je moet beginnen”! Om vervolgens met een boze blik in de
wasmand geworpen te worden, waar de luchtvervuiling nog een
graadje erger is.
Maar nu
moeten we toch eerst het roer omgooien en met de opbouw
beginnen. Het gemopper van en over de diverse kledingstukken
en situaties is wel duidelijk geworden. Het wordt de hoogste
tijd voor verbetering.
Hoe ga ik
deze klus aanpakken? Wat is het doel waarnaar ik streef, wat
zijn mijn prioriteiten? Het is mij wel duidelijk, die
prioriteit is tweeledig.
Ten eerste
moet mijn kleding netter en ordelijker en ten tweede
uitgedund in mijn kledingkast worden opgehangen.
Dat laatste
punt is echt een heet hangijzer: het laten verdwijnen van
mijn kleding in de zak van Max of in de zak van Polen gaat
mij niet gemakkelijk af.
Daar heb ik dan ook een heel aantal excuses voor verzameld
waarbij het woord ’Zonde’ een hoofdrol speelt: het stond me
zo mooi, het is toch zo’n goede kwaliteit, het was zo duur
en het kwam uit zo’n speciale zaak. Ja, logisch, daarom
verslijt je het van z’n levensdagen niet en behoort het zo
langzamer- hand tot de mode uit het jaar nul. Maar we hebben
er nog een paar: ,,Dit is nog zeer geschikt voor een vuil
klusje, of: dit is nog wel een goeie tuinbroek en voor in
huis als er niemand op bezoek komt kan dit ook nog best.
Vervolgens zet het antieke kledingstuk zijn bestaan voort,
van de kast met schuifdeuren naar de kist van tante Net,
waar gelukkig héél veel in past. Dit alles naar gelang het
seizoen winter/ zomer. Zo
behouden mijn antieke kledingstukken hun verworven ruimte
van kast naar kist en vice versa.
Dat nette en
ordelijke zie ik best zitten. Dat heeft wel iets moois, daar
droom ik graag over. Zo heb ik het idee om alles op kleur te
hangen, dat staat zo keurig en zo deden we het ook in de
damesmode zaken waar ik verschillende jaren werkte. Een
ander goed plan is: alles wat één keer gedragen is, wordt
binnenste buiten eerst gelucht, daarna op de juiste plaats
terug gehangen, ‘super toch’! Dit voorkomt dat er ‘tig’ half
vuile kledingstukken in de kast hangen en ikzelf niet meer
weet welke er gedragen zijn. Hierbij is het ook praktisch om
te melden dat mijn beschikbare ruimte zeer minimaal is en
mijn slaapkamertje geen stoel of tafeltje kan bevatten. Dus
over een stoel hangen of op een tafel neerleggen is er niet
bij. Het moet meteen de kast in, dat maakt netheid dubbel
noodzakelijk.
Ook heb ik
niet echt een deur in mijn slaapvertrek die je dicht zou
kunnen doen om je ogen te kunnen sluiten en ’de boel de
boel’ te laten. Aan deze obstakels ben ik na bijna vijftien
jaar wel gewend. Het verhoogt wel het excuus om een
puinhoopkast te creëren.
Maar nu, nu
komt het!
Nu komt
datgene aan bod, waar ik werkelijk van verkleur en waar
zowel mijn handpalmen als mijn oksels vochtig bij worden en
mijn ogen van gaan knipperen.
Mijn grote
zwakte, slechte gewoonte, handicap zou je het zelfs kunnen
noemen:
,,Ons bien
zuunig”! Terwijl ik zo’n vreselijke hekel aan dat woord
‘zuinig’ heb, moet ik, als ik eerlijk ben, toch echt deze
zegel op mijn eigen voorhoofd plakken. Zo, dat staat er,
deze bekentenis is geschied. Ik vind het nl. steeds ‘zonde’
van mijn ’goeie goed’ om het aan te trekken. Het is
werkelijk absurd, maar steeds weer vind ik smoesjes zoals:
,,nee dat moet schoon blijven, stel je voor, dat er een vlek
op komt en hoe krijg ik die vlek er dan weer uit?” Of ,,neeee,
vandaag doe ik niets bijzonders, ik ga nergens naar toe, ik
krijg geen bezoek, het is te koud, het regent of er komt een
hittegolf ”. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ik heb wel
een smoesje bedacht om niet mijn leuke, nette of mooie
kleding aan te trekken. Met het gevolg dat ik mijn oude en
uiterst comfortabel zittende kloffie weer aantrek, en mijn
leuke, gezellige en vrolijke kleding voor de zoveelste keer
bedroefd en teleurgesteld laat hangen.
Nu is het
zomer, nazomer wel te verstaan en door de zon gestimuleerd
sta ik voor mijn kledingkast en open de schuifdeuren met een
ongekende flair. Het is zondag, de zon schijnt en het is
duidelijk, ik wil wat: ’ik wil me mooi en fleurig
aankleden’, ook al is daar geen enkele andere reden voor,
dan dat ik er vrolijk en netjes uit wil zien! Mijn
kledingstukken weten niet hoe ze het hebben. Om de beurt
worden ze ter hand genomen, bekeken en bewonderd, zo van
,,wat een mooie kleur, leuk model, zachte stof ” en ga zo
maar door. Zeer voldaan kijk ik naar mijn zomer garderobe.
,,Maar
waarom? Waarom draag ik al die mooie, leuke en kleurrijke
kleren niet?”
Daar weet ik
werkelijk geen passend antwoord op te geven. Het enige wat
een klein stemmetje in mij uit kan brengen is: ,,Dit moet
veranderen”!
Twee weken later.
Nu we inmiddels twee weken verder zijn
en mijn goede voornemen om mezelf na die bewuste
zondagmorgen, beter en leuker te kleden, houdt dit nog
steeds stand: bravo!
Mijn blouses, broeken, truitjes en
vesten weten werkelijk niet hoe ze het hebben, ze worden er
heel vrolijk van. Iedere morgen als ik de schuifdeur open,
zie ik ze vol verwachting kijken: ,,Pakt ze mij, heb ik
vandaag de eer om gedragen te worden? ” De kanshebbers hoor
je als het ware bluffen, zo van: ,, Ik weet zeker dat ze mij
pakt, mijn bruine kleur staat haar zo goed en ik ben lang
niet zo besmettelijk als jij daar, met je lichtblauwe
mouwtjes”.
Ook al is mijn kleding nog niet echt
geordend, wij, mijn kleding en ik, hebben wel allen het
zelfde doel: nog even profiteren van het mooie weer van de
september maand.
Ik doe overigens wel enkele
merkwaardige ontdekkingen. Ik moet zeggen, het voelt goed,
jezelf wat netter kleden, maaaar…. het kost wel tijd en
moeite!
Want in plaatst van de broek en trui
van de vorige dag vlug aan te schieten, is het nu meer ,,hoe
ga ik mij vandaag kleden, welk ’setje’ trek ik aan”. Alleen
al het woord ’setje’ klinkt héél verzorgd. Maar is het wel
waar? Je bent er nl. niet klaar mee een nette broek uit je
kast te pakken, nee, er moet ook een in kleur passend topje,
truitje of vestje bij. En dan ben je er nog niet, want dan
merk je ineens dat de gebruikte sokken van de vorige dag er
absoluut niet bij passen. Dus duik je enigszins geïrriteerd
de kousenlade in, om er een bijpassend paartje bij te
zoeken. Dan zwijgen we nog maar even over het onderwerp
schoenen.
Het is heus nog niet zo eenvoudig om je
kistkleding of hangkleding naar draagkleding te promoveren.
Zo’n ’setje’ is echt niet zo simpel als het op het eerste
gezicht lijkt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over
de bezigheden van die dag en het weer, de temperatuur,
regen, storm of zonneschijn, al deze factoren spelen een rol
in het samenstellen van ‘het setje’ van de dag!
Ik begin nu toch wat beter te
begrijpen, hoe het zover heeft kunnen komen.
Het heeft wel iets heel relaxed! Het ’s
morgens snel aanschieten van zo’n universele spijkerbroek,
kleurloos en een maatje te ruim geworden omdat hij zo vaak
in de machine gewassen is, waardoor al de rekkracht van de
elastine verdwenen is, zodat hij een beetje is gaan
slobberen (maar o zo lekker zit!) met een dito trui die ook
zo lekker ruim om je lichaam valt.
Ik moet toegeven vanuit het ’gemak’
gezien heeft het zomaar iets aantrekken zeker wel wat
’aantrekkelijks’.
Over aantrekkelijk gesproken: ik hou nu
toch heus vol dat een leuk, vlot ’setje’ pas echt
AANTREKKELIJK” is.
Hannie Vierling
NB: Deze
verhalen zijn auteurrechtelijk beschermd en mogen alleen met
voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur ( te
verkrijgen via contact met Johanna van het Centrum voor
Levenskunst tel: 0591-513355) worden verveelvoudigd of op
welke andere wijze dan ook, voor eigen doeleinden worden
gebruikt!